Invoering UBO register

De Europese Vierde anti-witwasrichtlijn stelt dat uiterlijk in 2017 door iedere lidstaat een zogenaamd UBO-register (uiteindelijk-belanghebbendenregister) dient te worden ingesteld. In dit register dienen alle Europese bedrijven zelf informatie over hun uiteindelijke belanghebbende (de Ultimate Beneficial Owner, ‘UBO’) bij te houden.

Onder een UBO moet in dit verband worden verstaan een natuurlijke persoon die wordt gezien als de uiteindelijke eigenaar van of degene die zeggenschap heeft over die entiteit (niet een beursvennootschap) door een direct of indirect eigendomsbelang van 25% van de aandelen of het kunnen uitoefenen van 25% van de zeggenschapsrechten. In dit kader wordt als indicatie van een (in)direct eigendom een percentage van meer dan 25% gegeven. In het UBO-register moet vermeld moeten worden naam, geboortemaand en –jaar, nationaliteit, land van verblijfplaats en aard en omvang van de deelneming.

Het gevolg van deze richtlijn is dat na implementatie iedere Europese entiteit die onder de regeling valt haar UBO’s zal moeten identificeren en registreren in het nationale UBO-register.

Het UBO-register zal in ieder geval toegankelijk zijn voor overheidsinstanties en hun opsporingsdiensten maar ook voor bepaalde instellingen of beroepsgroepen die onder de anti- witwasregelgeving vallen, zoals banken, accountants, belastingadviseurs, notarissen en advocaten. Daarnaast kan iedereen die een legitiem belang (“legitimate interest”) aantoont, toegang krijgen tot het UBO-register. Of en wanneer er sprake is van een legitiem belang, is vooralsnog niet duidelijk. Het begrip lijkt ruim te moeten worden uitgelegd. Gevolg hiervan is dat persoonlijke gegevens van UBO’s ook voor derden toegankelijk zijn.

EU-lidstaten hebben tot 26 juni 2017 om de richtlijn te implementeren in nationale wetgeving.